Havenstraat-terrein Facebook

Geschiedenis van het Havenstraat-terrein

Het Havenstraatterrein, waar in 1912 het Haarlemmermeerstation met rangeerterrein wordt geopend, oogt als een langgerekt stuk slaghout, tamelijk geïsoleerd bijna onderin de als vanouds bekend staande Schinkelbuurt in stadsdeel Oud-Zuid. Deze volksbuurt is gelegen in de driehoek, die gevormd wordt door Zeilstraat, Amstelveenseweg, Stadiongracht en Schinkel.

De noordelijke punt van de Schinkelbuurt bij de Overtoomse Sluis dateert uit de Middeleeuwen en stond bekend als de Dubbele Buurt. Zij heette zo omdat zij in twee verschillende gemeenten lag: Nieuwer Amstel (en vanaf 1896 Amsterdam toen dit gebied werd geannexeeerd) en aan de andere kant van de Schinkel Sloten, dat later ook door Amsterdam is geannexeerd.

De buurt ten zuiden hiervan tot aan de Zeilstraat is voor het grootste deel rond de eeuwwisseling gebouwd zonder voorafgaande planning. Er staat voornamelijk revolutiebouw van bel-etages met drie verdiepingen en opgetrokken in baksteen.

Het gebied ten zuiden van de Zeilstraat met de genoemde slaghoutvorm kreeg een meer industriële invulling met publieke en particuliere bedrijven. Hier werd in 1885 het Huis van Bewaring gebouwd aan de Havenstraat.

Hierachter volgde in 1914 de tramremise van het Gemeentelijk Vervoersbedrijf. Het GVB beschikte toen al over diverse remises en omdat er nog altijd aanzienlijk ruimtegebrek was besloot het bedrijf in deze zuidwestelijke hoek van de stad, in feite een restruimte aan de stadsrand, de derde hoofdremise te bouwen. Tussen 1920 en 1927 was er ook nog een 10-sporige openluchtremise aan de Karperweg in gebruik zodat de spoorlijn een tijd lang ingeklemd lag tussen delen van de tramremise. Er liep zelfs een verbindingslijntje tussen spoor en tramremise. Zuidoostelijk van de GVB-remise ligt tussen Havenstraat, Amstelveenseweg, Karperweg en Schinkel het Havenstraatterrein.

Dit terrein achter het monumentale voormalige Haarlemmmermeerstation kan worden omschreven als een avontuurlijk, kleurrijk en tamelijk ongeordend stuk rafelrand van Amsterdam. Het karakter ervan wordt voornamelijk bepaald door het feit, dat hier vanaf 1912 het emplacement en rangeerterrein lagen van de zogeheten Haarlemmerspoorlijnen van de Hollandsche Electrische Spoorwegmaatschappij. Het emplacement heeft in de loop der tijd diverse veranderingen ondergaan. De huidige lus bij het Haarlemmermeerstation is bijvoorbeeld aangelegd om langzij het oude museale station te kunnen stoppen en keren.

Deze regionale spoorweg is nimmer geelectrificeerd en de treinen reden op kolen. Vandaar dat langs het rangeerterrein aan de Karperweg vele kolenopslagplaatsen werden gebouwd. Later bij de opheffing van de spoorlijn in 1950 werden deze loodsen omgebouwd tot werkplaatsen met een grote variëteit van bedrijvigheid. Op dit moment zijn er nog zo’n 45 loodsen en werkplaatsen zoals garagebedrijven, auto-reparatiewerkplaatsen, een schildersbedrijf, een steenhouwerij, een klavecimbelbouwer, handeltjes in oude metalen, ateliers van kunstenaars, een strijkerij en een bedrijfje in special art-effects. In al die bedrijfjes verdienden op 1 januari 2002 nog liefst 1289 mensen hun brood. Verscholen tussen sommige loodsen en verderop langs de Stadiongracht bevinden zich ook een aantal wilde volkstuintjes.

Het terrein is zo’n 9.4 ha groot (bruto oppervlak). In het verleden lag hier ook een vuilstortplaats maar vanaf de jaren ’40 vestigden zich er vooral kleine bedrijfjes. Veel werkloodsen zien er schilderachtig uit in een rommelige entourage.

De gemeente Amsterdam nam in 1989 het Havenstraatterrein over van de Spoorwegen.

De openbare ruimte verkeerde in een zeer slechte staat en heeft een profiel, dat slecht aansluit bij de functies van het terrein. Openbare nutsvoorzieningen zoals riolering, waterleiding, verlichting etc. ontbraken toen vrijwel en verkeerden meestal in slechte staat. De Provincie Noord-Holland adopteerde het gebied als herstructureringsproject voor het opknappen van de openbare ruimte, het maken van een betere ontsluiting en het aanleggen van nutsvoorzieningen.